Onze smartphone is een verlengstuk van ons leven geworden.
Al onze privéfoto’s, persoonlijke berichten, bankzaken en zoekopdrachten staan erop opgeslagen. Maar wat gebeurt er met onze privacy wanneer de politie deze gsm in beslag neemt en wil uitlezen? Mogen opsporingsdiensten zomaar al onze gegevens doorzoeken, of zijn er strenge juridische grenzen?
Als advocatenkantoor merken we dat hierover veel onduidelijkheid bestaat. In deze blog zetten we de juridische kaders en uw rechten op een rij.
1. Inbeslagname: wanneer mag het?
Een smartphone kan tijdens een strafrechtelijk onderzoek in beslag worden genomen indien er sterke vermoedens zijn dat het toestel bewijsmateriaal bevat (bijvoorbeeld bij feiten van cybercriminaliteit, oplichting of drugshandel) of met oog op een eventuele verbeurdverklaring gezien het toestel werd gebruikt om het misdrijf te plegen.
2. Het recht op privacy versus het opsporingsbelang
Elke verzameling en bewaring van persoonsgegevens in het kader van een strafprocedure is een inmenging in het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer (art. 7 EU-Handvest) en het recht op bescherming van persoonsgegevens (art. 8 EU-Handvest). Hoe valt het recht op privacy te verzoenen met het opsporingsbelang?
Het recht op privacy is wettelijk verankerd, zowel op supranationaal als op nationaal niveau. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en onze grondwet beschermen het recht op respect voor het privéleven en de woning. Omdat een gsm een enorme hoeveelheid gevoelige en intieme data bevat, valt de uitlezing ervan onder de bescherming van de privacy.
Dit betekent dat de overheid niet zomaar op een ‘fishing expedition’ mag gaan. Een algemene, ongelimiteerde doorzoeking van iemands volledige digitale leven is niet zomaar toegestaan. Er moet een evenredigheid zijn tussen de ernst van het misdrijf en de inbreuk op uw privacy (proportionaliteitstoets) én de zoeking moet noodzakelijk zijn om een doelstelling van algemeen belang te bereiken of ter vrijwaring van de rechten en vrijheden van anderen (noodzakelijkheidstoets). Volgens het Europees Hof van Justitie maakt een politioneel onderzoek gericht op de vervolging en bestraffing van misdrijven dergelijke doelstelling van algemeen belang uit (cfr. Smartphonearrest). Daarnaast mogen redelijkerwijze geen andere, minder ingrijpende middelen voorhanden zijn om de legitieme doelstelling te bereiken (subsidiariteitstoets).
Wanneer de toegang een risico op een ernstige inmenging van het recht op bescherming van de persoonsgegevens en van de persoonlijke levenssfeer dreigt in te houden, is het voor het HvJ vereist dat de afweging wordt gecontroleerd door een rechterlijke, dan wel een onafhankelijke administratieve instantie. Wanneer er geen sprake is van ‘hoogdringendheid’, dient deze controle voorafgaandelijk te gebeuren.
3. De informaticazoeking versus de netwerkzoeking
Het beslag op een gsm en de toegang tot gegevens die erop zijn opgeslagen, vallen onder een openlijke informaticazoeking (art. 39bis Sv.), terwijl een netwerkzoeking (art. 88ter Sv.) de onderzoeksrechter toelaat de zoeking uit te breiden naar een (deel van een) informaticasysteem dat zich op een andere plaats bevindt dan die waar de zoeking plaatsvindt. Bij een netwerkzoeking wordt m.a.w. actief gebruik gemaakt van een internet- of netwerkverbinding, terwijl een informaticazoeking offline gebeurt.
Voor een netwerkzoeking is een voorafgaande machtiging van de onderzoeksrechter noodzakelijk, terwijl een informaticazoeking ook kan bevolen worden door het parket.
Tijdens een verhoor door de politiediensten kan je een formulier ondertekenen m.o.o. het geven van formele toestemming tot informaticazoeking. Hierbij verklaar je je akkoord dat het in beslag genomen toestel wordt uitgelezen en ben je bereid jouw codes te delen.
In het kader van een gerechtelijk onderzoek kan de onderzoeksrechter de politiediensten tevens vorderen om over te gaan tot een informaticazoeking met kraken op grond van artikel 39bis, §2 en §5 Sv.:
- Wanneer de onderzoeksrechter een vordering stelt op grond van artikel 39bis, §5 Sv., beveelt deze de politiediensten om o.m. elke beveiliging van het betrokken informaticasysteem tijdelijk op te heffen teneinde een informaticazoeking mogelijk te maken. In de volksmond wordt dit ‘hacken’ of ‘kraken’ genoemd. Dergelijke vordering komt veelal voor in dossiers waarin de rechtsonderhorige weigert diens medewerking te verlenen tot uitlezing van diens GSM. Teneinde een GSM rechtmatig te laten hacken, dient voldaan te zijn aan een aantal voorwaarden.
- Daarnaast kan de onderzoeksrechter de politiediensten ook vorderen om na het kraken van de GSM, over te gaan tot een informaticazoeking o.g.v. art. 39bis, §2 Sv. Een informaticazoeking kan zich enkel uitstrekken tot die gegevens die zijn
Opdat een informaticazoeking niet zou resulteren in een netwerkzoeking, zijn de politiediensten verplicht om uw toestel op vliegtuigmodus te zetten of het toestel in een kooi van Faraday te plaatsen. Er mogen immers geen externe verbindingen actief zijn.
4. Het uitlezen en decrypteren van de gsm
Wanneer de gsm reeds in beslag is genomen, rijst al snel de vraag: bent u verplicht om uw code of vingerafdruk te geven?
- Het zwijgrecht en non-incriminatierecht: In ons rechtsysteem geldt het principe dat niemand kan worden verplicht om zichzelf te incrimineren (het recht om te zwijgen en niet mee te werken aan uw eigen veroordeling).
- Wettelijke uitzonderingen: Er bestaan specifieke wettelijke kaders (zoals bij terrorisme of zware georganiseerde misdaad) waarin rechters of onderzoeksleiders specifieke medewerking kunnen vorderen. Toch blijft de discussie over het dwingen tot het afgeven van pincodes of het ontgrendelen via biometrie (gezichtsherkenning of vingerafdruk) juridisch complex en geval per geval te beoordelen.
Onthoud goed dat u kan weigeren om uw pincode van uw GSM mee te delen aan de politiediensten, zolang geen bevel van de procureur des Konings of de Onderzoeksrechter voorligt.
Is er sprake van dergelijk bevel? Dan kan u nog steeds uw pincode weigeren, doch besef dan wel dat u zich schuldig maakt aan een misdrijf en hiervoor vervolgd en veroordeeld kunt worden (zie verder).
5. Bevel overeenkomstig artikel 88quater, §1 Sv.?
In het kader van een gerechtelijk onderzoek kan u een bevelschrift krijgen van de onderzoeksrechter wanneer u weigert uw pincode mee te delen aan de politiediensten (art. 88quater, §1 Sv.). Wanneer u de door de onderzoeksrechter gevorderde medewerking niet verleent of wanneer u de zoeking in het informaticasysteem of de uitbreiding ervan verhindert, is dit strafbaar met een geldboete van € 100,00 tot € 30.000,00.
Wanneer u beslist niet mee te werken én deze medewerking de uitvoering van een misdaad of wanbedrijf zou kunnen verhinderen of de gevolgen ervan zou kunnen beperken, kan u een gevangenisstraf van 1 tot 5 jaar worden opgelegd, evenals een geldboete van € 500,00 tot € 50.000,00.
6. Wat met gegevens die niets met de zaak te maken hebben?
Stel dat uw gsm terecht wordt uitgelezen in het kader van een specifiek onderzoek, maar de inspecteurs stoten op bepaalde privéfoto’s of vertrouwelijke gesprekken die niets met de feiten te maken hebben. Wat mogen zij hiermee dan doen? Mogen deze foto’s en gesprekken worden opgenomen in het proces-verbaal? In principe niet. Opsporingsinstanties moeten zich beperken tot het relevante bewijsmateriaal dat verband houdt met de feiten in kwestie.
Blijkt achteraf dat de inbeslagname onrechtmatig was, of zijn de gegevens op een illegale manier verkregen? Dan kunnen onze medewerkers u bijstaan om de nietigheid van het bewijsmateriaal in te roepen voor de rechtbank. Contacteer ons nu.
7. Wat te doen bij een inbeslagname?
Wordt u geconfronteerd met een inbeslagname van uw smartphone, of eist men dat u uw codes deelt?
- Blijf rustig en werk niet tegen, maar besef goed dat u rechten heeft.
- Vraag naar de juridische basis.
- Contacteer onmiddellijk De 3 Advocaten. Een tijdige juridische tussenkomst is cruciaal om uw privacy te bewaken en te controleren of de regels correct worden nageleefd.
8. Hoe krijgt u nadien uw GSM terug?
Zolang het toestel nodig is voor het onderzoek, blijft het doorgaans in beslag genomen.
In de loop van het opsporings- of gerechtelijk onderzoek kunnen wij u evenwel bijstaan om de opheffing van het beslag te vragen middels een verzoekschrift ex art. 28sexies Sv. juncto art. 61quater Sv.
Heeft u vragen over een lopend onderzoek, een inbeslagname of uw privacyrechten? Ons kantoor staat klaar om u bij te staan met gespecialiseerd advies. Contacteer ons nu.




